Rapport

Studentenhuisvesting: bouwen tegen de stroom in

november 4, 2026

Door Frank Verwoerd

Studentenhuisvesting met compacte woonkeuken, houten eettafel, stoelen, keukenapparatuur, planten en open kast met boeken en accessoires.

Bouwen alleen is niet genoeg

Het tekort aan studentenhuisvesting blijft groot in de twaalf onderzochte Nederlandse universiteitssteden. Hoewel er nieuwe studentenkamers worden gebouwd, verdwijnen er tegelijkertijd veel kamers uit de particuliere verhuur. Hierdoor neemt het totale aanbod af en blijft de behoefte aan betaalbare en geschikte studentenhuisvesting groot. De samenstelling van het aanbod veranderd en speciaal voor studenten ontwikkelde wooncomplexen (Purpose-Built Student Accommodation, PBSA) worden steeds belangrijker.

In deze publicatie brengen we de ontwikkelingen op de Nederlandse markt voor studentenhuisvesting in kaart. We onderzoeken hoe vraag en aanbod zich tot en met 2034 ontwikkelen, welke verschillen er zijn tussen universiteitssteden en welke rol particuliere verhuurders, woningcorporaties en beleggers daarin spelen. Aan de hand van drie scenario’s laten we zien hoe het verkooptempo van particuliere verhuurders, de terugkeer van beleggers en de realisatie van bouwplannen de toekomstige beschikbaarheid van studentenhuisvesting kunnen beïnvloeden.

Kernconclusies

  1. Aanbod verscherpt de vraag

    Veel studenten willen op kamers, maar kunnen geen geschikte of betaalbare kamer vinden. Vooral onder universitaire studenten bestaat een verschil tussen de gewenste en daadwerkelijke woonsituatie. Een deel van de studenten blijft daardoor noodgedwongen thuis wonen, terwijl zij liever zelfstandig zouden wonen.


    Betaalbaarhied blijft een belangrijke reden om thuis te wonen, maar gebrek aan beschikbare woonruimte weegt zwaarder De behoefte aan studentenhuisvesting is daarmee groter dan het huidige aantal uitwonende studenten doet vermoeden. Wanneer er meer geschikte kamers beschikbaar komen, kunnen meer studenten daadwerkelijk op kamers gaan.

  2. Uitponding doet nieuwbouw teniet

    Nieuwbouw alleen is onvoldoende om het tekort aan studentenkamers terug te dringen. Uit de particuliere huurmarkt verdwijnen meer kamers dan er door nieuwbouw bijkomen. Zolang de fiscale behandeling in box 3 het verhuren van studentenkamers voor kleine particuliere verhuurders minder aantrekkelijk maakt, blijft verkoop voor veel eigenaren een logische keuze.

    Slechts een beperkt deel van de verkochte woningen blijft vervolgens beschikbaar voor studenten. Het behoud van bestaande kamers is daardoor minstens zo belangrijk als het realiseren van nieuw aanbod.

  3. Nieuwe studentenhuisvesting vraagt om meer investeringen

    PBSA krijgen een steeds belangrijkere rol binnen de studentenhuisvestingsmarkt. Het huidige groeitempo is echter onvoldoende om verlies aan particuliere kamers op te vangen. Meer investeringen door woningcorporaties en beleggers zijn daarom nodig, vooral in Amsterdam, Rotterdam en Leiden.

    De verschillen tussen steden zijn groot. In Groningen, Maastricht en Nijmegen zorgt een dalend aantal studenten juist voor meer evenwichttussen vraag en aanbod. Dat evenwicht blijft kwetsbaar zolang de particuliere voorraad verder afneemt.

  4. Een beperking van shortstay raakt de internationale student

    Voor internationale studenten en uitwisselingsstudenten is shortstay een belangrijk onderdeel van de woningmarkt. Zij verblijven vaak één semester of studiejaar in Nederland en zijn daardoor afhankelijk van gemeubileerde kamers die voor kortere periode beschikbaar zijn.

    Als dit aanbod afneemt, neemt de drukop de reguliere huurmarkt, waardoor de druk daar verder toeneemt. Studenten die geen woonruimte vinden, kunnen bovendien besluiten in een ander land te gaan studeren. Maastricht en Eindhoven zijn hiervoor het meest kwetsbaar.

Lees hier het volledige rapport

In het volledige rapport lees je meer over de ontwikkeling van vraag en aanbod, de drie toekomstscenario’s en de verschillen tussen de twaalf universiteitssteden tot en met 2034.

Gerelateerde inzichten